Everzwijnen

Doode Bemde

Everzwijnen in het Dijleland

Everzwijn in de Doode Bemde in 2018

Sinds een aantal jaren zijn er opnieuw everzwijnen in het Dijleland. Eerst wat aarzelend, maar intussen volledig ingeburgerd.

 

Zagen we in het begin enkel sporadisch een zwervend mannetje, doken er later kleine groepjes op en sinds 2016 ook steeds meer groepjes zeugen met biggen.

Die geleidelijke opkomst doet ons vermoeden dat hun terugkomst in het Dijleland op een natuurlijke manier gebeurde. Vanuit Wallonië was er al een tijdje een verspreiding naar het noorden bezig.

 

Hoe gaan we in de Doode Bemde om met everzwijnen?

 

Wilde zwijnen zijn spectaculaire dieren met een behoorlijke impact op hun omgeving. Voor de natuur betekenen ze een verrijking. Ze wroeten in de bodem waardoor ze dikke strooiselmatten openbreken. In bossen kiemen heel wat boom- en struiksoorten daardoor gemakkelijker. Maar ook in graslanden zorgen ze voor dynamiek. In landbouwgebied en tuinen kunnen ze echter ook flink wat schade veroorzaken. Een evenwicht vinden in die tegengestelde belangen is niet gemakkelijk. Daarom heeft de VHM al van bij het verschijnen van de dieren aangedrongen op overleg met alle betrokken partijen. Het beheer van een everzwijnenpopulatie moet je immers gezamenlijk en over een ruime regio aanpakken. Dat overleg is intussen een wettelijke verplichting, althans voor de wildbeheereenheden. Dat zijn groeperingen van jagers en jachtgezelschappen. Hoewel de werkwijze nog niet ideaal is, is het actueel wel het enige georganiseerde overlegplatform tussen alle betrokkenen. Met elkaar praten is de enige mogelijkheid om begrip te krijgen voor elkaars standpunten en tot overeenstemming tussen alle belanghebbenden te komen. We schuiven dus steeds mee aan tafel met de lokale jagers, landbouwers, het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO).

 

Dat overleg is georganiseerd rond zogenaamde faunabeheerzones. Daarvan zijn er in Vlaanderen 10 afgebakend. Het zijn gebieden die door min of meer harde grenzen van elkaar gescheiden zijn. Die grenzen, bijvoorbeeld kanalen en autosnelwegen, bemoeilijken de uitwisseling van everzwijnen tussen deze gebieden. In die gebieden kan je dan een aanpak afspreken die een antwoord biedt op de lokale situatie. De Doode Bemde behoort tot faunabeheerzone 8. Dat gebied loopt van het Hallerbos in het westen tot in Hoegaarden en wordt begrensd door de E19, de E40 en de gewestgrenzen met Brussel en Wallonië. Bedoeling is dat de betrokkenen een consensus bereiken over de populatiedoelstelling, een gezamenlijke aanpak om die doelstelling te bereiken en preventie naar schade. Wat doelstellingen betreft komt het er op neer dat we in Heverleebos-Meerdaalwoud en de valleien van Dijle, Laan en IJse een populatie willen behouden, maar dat die niet zodanig mag groeien dat er onaanvaardbare schade komt in de omgeving. Op de omliggende landbouwplateaus is het doel om schade te vermijden. In de praktijk komt het erop neer dat daar actueel geen of enkel sporadisch everzwijnen voorkomen en dat we dat zo willen houden.

 

Al vanaf 2011 houden we met wildcamera’s de everzwijnen in de Doode Bemde in de gaten. Je kan daarmee de evolutie opvolgen, maar hoeveel everzwijnen er zijn, is niet te bepalen. Daar bestaan momenteel ook geen technieken voor. Sinds 2018 gebeurt de monitoring op een meer gestructureerde manier en op grotere schaal: Dijlevallei, Laanvallei, Heverleebos, Meerdaalwoud en een stukje van de IJsevallei. Daarvoor werken we mee met een project van het INBO en ANB. Op die manier hopen we een beter zicht te krijgen op de populatie en op de effecten van de maatregelen die in het overleg afgesproken worden. Een andere parameter die in de faunabeheerzone opgevolgd wordt, is de schade. We willen immers niet dat die te groot wordt.

 

Wat we actueel vaststellen is dat de populatie in het Dijleland sterk groeit. We zien het hele jaar door, ook in de winter, zeugen met biggen. Groepen van 10 dieren of meer zijn geen uitzondering. Omdat ze vooral ’s nachts actief zijn, valt hun aanwezigheid niet erg op. Degene die de sporen kent, kan er echter niet naast kijken. Ook wroet- en vraatschade in landbouwpercelen neemt toe. Nog niet op grote schaal, maar toch voldoende om ingrijpen niet langer uit te stellen. Dit jaar kregen we voor het eerst ook melding van buren dat ze bezoek van everzwijnen kregen in hun tuin. Een andere buur melde dat zijn hond, die los in het bos liep, een confrontatie met everzwijnen zwaar moest bekopen.

 

De problemen van de buren zijn makkelijk op te lossen door de tuin met een degelijke draad af te sluiten, geen groenafval te dumpen in de aangrenzende natuur (dat trekt everzwijnen aan) en honden niet los in natuurgebied te laten lopen. Dat laatste is trouwens niet toegelaten en om nog andere redenen ook geen goed idee. Bij landbouwpercelen ligt het moeilijker. Geïsoleerde percelen kan je eventueel tijdelijk afrasteren, maar een heel landbouwplateau is wat moeilijker.

 

In normale omstandigheden zijn het vooral voedselgebrek en strenge winters die een everzwijnenpopulatie onder controle houden. Strenge winters zijn geen evidentie meer en aan voedsel is in ons landschap geen gebrek. Vooral de alomtegenwoordige maïsteelt is een paradijs voor everzwijnen. Een ander favoriet voedsel zijn eikels en ook daaraan is er de laatste jaren geen gebrek. Dat maakt dat biggen die laat op het jaar geboren worden, de winter overleven. Jonge zeugen kunnen drachtig worden vanaf een gewicht van ± 35 kg. Hoe sneller ze dat gewicht bereiken, hoe sneller ze zelf jongen kunnen krijgen. Bij voldoende voedsel en zachte winters neemt het aantal everzwijnen dus zeer snel toe.

 

Binnen het overleg is daarom afgesproken om in te grijpen voor het uit de hand loopt. Dat kan niet anders dan door dieren te doden. Bejagen van everzwijnen moet wel doordacht gebeuren. Het zijn immers slimme dieren die snel doorhebben waar het onveilig is. Bedoeling is om ze in natuur- en bosgebieden een rustige en veilige leefomgeving te bieden zodat ze maximaal uit tuinen en landbouwgebied wegblijven. In de landbouwgebieden zullen ze dus heel het jaar door actief bejaagd worden. Omdat hun aantal blijft toenemen zal er dan wel af en toe ingegrepen moeten worden in de natuurgebieden. Dat zal in de winterperiode doorgaan. Vermits de omliggende landbouwgebieden dan minder schadegevoelig zijn, is het minder een probleem wanneer ze zich na te zijn opgejaagd tijdelijk in landbouwgebied ophouden. Jacht in de Doode Bemde is niet zo evident gezien de problemen die er in het verleden met jagers waren, maar de opties zijn beperkt en we houden de regie, samen met het Agentschap voor Natuur en Bos, zelf in handen.

 

 

 

Infocentrum VHM

Waversebaan 66 (1ste verdieping)

3001 Heverlee

Tel: 016/23.05.58

Privacy-AVG-GDPR

 

Ondernemingsnummer: BE0410963957