Everzwijnen

Doode Bemde

Everzwijnen in het Dijleland

Everzwijn in de Doode Bemde

Sinds een aantal jaar zijn er opnieuw everzwijnen in het Dijleland. Eerst wat aarzelend, maar intussen steeds meer ingeburgerd. Zagen we in het begin enkel sporadisch een zwervend mannetje, dan doken er recenter kleine groepjes op.

In 2017 verschenen de eerste zeugen met jongen in de Doode Bemde. In Meerdaalwoud was dat al eerder het geval. Wilde zwijnen zijn spectaculaire dieren met een behoorlijke impact op hun omgeving. Voor de natuur betekenen ze een verrijking, maar in landbouwgebied kunnen ze behoorlijke schade veroorzaken. Een evenwicht vinden in die tegengestelde belangen is niet gemakkelijk. Daarom heeft de VHM al van bij het verschijnen van de dieren aangedrongen op overleg met alle betrokken partijen. Het beheer van een everzwijnenpopulatie moet je immers gezamenlijk aanpakken. Intussen zijn al verschillende overlegmomenten doorgegaan georganiseerd door het Agentschap voor Natuur en Bos. De andere deelnemers waren de lokale wildbeheereenheden en de Boerenbond. Over een globale visie is iedereen het eens, althans tijdens het overleg. Die komt er globaal op neer dat we geen everzwijnen willen op de landbouwplateaus. In de Dijlevallei en Heverleebos-Meerdaalwoud mag de soort blijven, maar wel binnen aanvaardbare perken. Hoe dit in de praktijk te brengen, is voor alle betrokkenen nog wat zoeken. Een concreet plan van aanpak op het terrein is er dus nog niet. Wij zullen hierin in elk geval onze verantwoordelijkheid nemen en hopen van de overige betrokkenen hetzelfde. We roepen intussen wel op om op een correcte manier te communiceren. Overdreven berichten over (vermeende) schade en aantallen dieren helpen niet om tot een degelijk beheer te komen.

 

Hieronder vind je alvast alle berichten over de everzwijnen die we van bij het opduiken van de soort publiceerden in de tijdingen (ons tijdschrift).

 

2018 nr 2: Hoe gaan we in de Doode Bemde om met reeën en everzwijnen?

 

Tot een aantal jaar geleden werden reeën bejaagd in de Doode Bemde. Door de vele en aanhoudende problemen met de lokale jachtgroep, hebben we evenwel stelselmatig jacht op onze terreinen afgebouwd. Wanneer we percelen aankochten, lieten we de jachtpacht uitdoen, maar verlengden we die niet. Op terreinen van de Doode Bemde worden dus geen reeën meer bejaagd. We zien daar op dit ogenblik ook geen reden voor. De populatie doet het goed en schade is er niet.

Wordt er dan helemaal niet ingegrepen in ‘onze’ populatie reeën? Dat ook weer niet. Ze leven hier natuurlijk niet opgesloten. Begeven ze zich buiten de grenzen van de Doode Bemde, komen ze wel in bejaagd gebied terecht.

De everzwijnen zijn een ander verhaal. Het zijn nieuwkomers waardoor het voor alle terreinbeheerders zoeken is naar een manier om conflictvrij samen te leven met deze dieren. Ze hebben immers een zichtbare impact op hun omgeving en planten zich ook nog eens zeer snel voort. Hier zal actief ingrijpen noodzakelijk zijn. Hoe dat moet gebeuren, weten we nog niet. Daarvoor zitten we samen met het Agentschap voor Natuur en Bos, jagers en landbouwers in de zogenaamde faunabeheerzone. Wij streven in elk geval naar een gemeenschappelijke en doordachte aanpak door alle terreinbeheerders in en rond de Dijlevallei, Heverleebos en Meerdaalwoud.

 

2018 nr 1: Everzwijnennieuws

 

Hoe zit dat nu met de aantallen everzwijnen in de Doode Bemde? Een bezoeker van de Doode Bemde merkt nauwelijks iets van hun aanwezigheid. Veel mensen weten zelfs niet dat ze er zitten. Anderen beweren dan weer dat het er veel (te veel) zijn. Wat we zeker weten is dat je ze niet kan tellen. Aantallen die circuleren zijn dus steeds met een korrel zout te nemen. Wat weten we dan wel? Sinds het opduiken van de soort in 2012 proberen we hun evolutie te volgen met twee wildcamera’s. Die staan op min of meer vaste locaties. Tot 2016 zagen we af en toe een solitair everzwijn passeren. Meestal keilers, grote mannetjes. Na enkele jaren verschenen ook kleine groepjes. In 2017 stelden we in de Doode Bemde voor het eerst voortplanting vast. In Meerdaalwoud was dat al eerder het geval. In maart stond op een camera een zeug met 8 biggen. In april hadden we een groep van 3 volwassen dieren en 12 biggen. Het is niet duidelijk of dat om dezelfde groep ging. Na beide waarnemingen namen we geen biggen meer waar. Later in het voorjaar en in de zomer zagen we maar weinig sporen van hun aanwezigheid. Af en toe stond er een groepje everzwijnen op de camera. Er was ook de melding van een groep van 5 dieren in Korbeek-Dijle. Later was er dan een waarneming van een jager van een groep van ± 25 dieren aan de zuidrand van de Doode Bemde. Zelf hebben we die groep niet gezien. Nadien hebben we er ook geen melding meer van gekregen. Sinds september passeert af en toe een groepje van 3, 5 of 7 dieren langs de camera’s. Gedurende enkele weken zagen we enkel een zwervend mannetje, een stevig exemplaar trouwens. Wat al deze waarnemingen ons leren is dat het aantal dieren in de Doode Bemde zeer variabel is. Er moet dus een grote uitwisseling zijn met de omliggende gebieden. Een aantal waarnemingen van dieren die ’s nachts de Waversebaan overstaken tussen het Kouterbos en de Doode Bemde bevestigen dat. Ook in de vallei zelf trekken de dieren rond.

In tegenstelling tot reeën zijn everzwijnen veel minder honkvast. Ze zijn actief in een veel groter gebied. Er is dus geen Doode Bemde-populatie, wel een Dijlelandpopulatie die zich ophoudt in Heverleebos-Meerdaalwoud, de valleien van de Dijle en de Laan en de aangrenzende gebieden in Wallonië. We kijken uit naar de gegevens uit de ons omringende gebieden om tot een beter beeld van de everzwijnenpopulatie te komen.

 

Wat staat er de komende tijd op de everzwijnenagenda? We blijven de situatie in de Doode Bemde in de gaten houden. Zoals afgesproken tijdens het everzwijnenoverleg van de Faunabeheerzone (zie eerdere tijdingen) zullen we met het Agentschap voor Natuur en Bos overleggen hoe we het beheer van de everzwijnenpopulatie in de natuurreservaten van de Dijle- en Laanvallei het best aanpakken. Met een van de landbouwers waar we mee samenwerken, maken we intussen afspraken om een maïsakker, ingesloten tussen bebouwing en de Doode Bemde, af te schermen met schrikdraad.

 

 

2017 nr 3: Faunabeheerzone

 

Sinds 2006 is het wild zwijn steeds nadrukkelijker aanwezig in Vlaanderen. Wilde zwijnen zijn spectaculaire dieren, maar ze hebben wel een behoorlijke impact op hun omgeving. Voor de ene zijn ze een verrijking van onze biodiversiteit, anderen zien ze liever zo snel mogelijk weer verdwijnen. Het is in elk geval een soort die je in het huidige landschap niet zomaar haar gang kan laten gaan. De Vlaamse overheid wil daarom graag een door de verschillende betrokkenen gedragen aanpak van deze soort. Ze heeft daarom Vlaanderen ingedeeld in faunabeheerzones. Dat zijn gebieden die door min of meer harde grenzen van elkaar gescheiden zijn. Die grenzen, bijvoorbeeld kanalen en autosnelwegen, bemoeilijken de uitwisseling van everzwijn tussen deze gebieden. In die gebieden kan je dan een aanpak afspreken die een antwoordt biedt op de lokale situatie. Er zijn 10 faunabeheerzones afgebakend. Wij behoren tot zone 8. Dat gebied loopt van het Hallerbos in het westen tot in Hoegaarden en wordt begrensd door de E19, de E40 en de gewestgrenzen met Brussel en Wallonië.

 

Bedoeling is dat de betrokkenen een consensus bereiken over de populatiedoelstelling, een gezamenlijke aanpak om die doelstelling te bereiken en preventie naar schade. Intussen zijn er twee overlegmomenten geweest onder leiding van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). De andere aanwezigen waren de Vrienden, de wildbeheereenheden ‘Tussen Voer en IJse’, ‘Meerdaalwoud’ en ‘Bertembos’ (de jagers) en de Boerenbond. Eigenlijk is het een voortzetting van het overleg dat enkele jaren geleden op onze vraag opgestart was, maar door reorganisatiebeslommeringen bij de overheid stilviel voor we tot een afspraak konden komen. Deze keer is het echter geen vrijblijvend overleg, maar een wettelijke verplichting en moet er dus een plan van aanpak komen.

 

Wat doelstellingen betreft komt het er op neer dat we in de Dijlevallei en Heverleebos-Meerdaalwoud een populatie willen behouden, maar dat die niet zodanig mag groeien dat er onaanvaardbare schade komt in de omgeving. Voor alle duidelijkheid, de voorbije jaren is er slechts beperkt schade geweest op enkele landbouwpercelen. Op de omliggende landbouwplateaus komen actueel geen of enkel sporadisch everzwijnen voor en dat willen we zo houden. Hoe we dat gaan realiseren is voor alle betrokkenen nog wat zoeken. Het eerste jaar zal het wat experimenteren worden. Vast staat wel dat er in de populatie ingegrepen zal moeten worden, ook in de natuur- en bosgebieden. Voor een goed beheer is het in elk geval van belang dat we zicht krijgen op de everzwijnenpopulatie. Everzwijnen tellen is onmogelijk, maar we hebben er wel op aangedrongen dat alle betrokkenen partijen meewerken om gegevens te verzamelen zodat we de evolutie in de gaten kunnen houden.

 

Op dit ogenblik hebben we enkel gegevens uit de Doode Bemde en Meerdaalwoud. Terwijl we de voorbije jaren sporadisch een individueel everzwijn of een klein groepje zagen, stelden we dit jaar ook voortplanting vast. In de Doode Bemde kon de camera op twee verschillende plaatsen een groep zeugen met jongen vastleggen. Op de ene plaats zeker twee zeugen met acht jongen, op de andere locatie drie zeugen met twaalf jongen. Of het om de zelfde groep gaat, weten we niet. Ook in Meerdaalwoud werden zeugen met jongen waargenomen. De populatie zal dit jaar dus sterk toenemen. Wordt vervolgd.

 

 

 

Infocentrum VHM

Waversebaan 66 (1ste verdieping)

3001 Heverlee

Tel: 016/23.05.58