Gebieden

Heverleebos

Op amper 3 km van het centrum van Leuven ligt het Heverleebos, een boscomplex van 609 ha dat, samen met het uitgestrekter Meerdaalwoud, sinds de laatste ijstijd steeds een bos is geweest. Het is een Vlaams domeinbos in de provincie Vlaams-Brabant, gelegen op het grondgebied van de gemeenten Leuven en Oud-Heverlee. Het beheer ervan gebeurt door het Agentschap voor Natuur en Bos (Vlaamse overheid).

In tegenstelling tot het Meerdaalwoud heeft het Heverleebos een meer uitgesproken dambordvorm.

 

De opbouw van het bos in de 18de eeuw is een prachtig voorbeeld van classicistische aanleg met rechte dreven en uitzichtpunten zoals de “Parnassusberg”, een belvédère met destijds een aantrekkelijk panorama over de Dijlevallei. De dreven werden aangeplant rond 1840 met overwegend rode beuk.

 

Het bosreservaat van Heverleebos ligt verspreid over drie locaties (De Grote Omheining, Klein Moerassen en Putten van de Ijzerenweg) en omvat meer dan 47 ha, hetzij ongeveer 8 % van de oppervlakte.

 

Het arboretum van 9 ha groot werd door het toenmalige bestuur van Waters en Bossen in 1930 aangeplant met vooral uitheemse bomen. Het was toen de bedoeling om deze bomen op systematische wijze te testen op de aanwezige milieufactoren. Het arboretum bevat 130 soorten.

 

Sinds 2000 wordt er gewerkt op basis van een nieuwe beheervisie.

 

De vallei van de Vaalbeek vormt in grote lijnen, van oost naar west, de grens tussen het Heverleebos en het Meerdaalwoud. De Prosperdreef en de prachtige, deels in het open landschap gelegen Herculesdreef zijn belangrijke recreatieve verbindingen.

 

De omgeving van het Zoet Water is bekend omwille van zijn historiek, zijn vijverlandschap en om de grote diversiteit aan flora en fauna. Het is een uitgelezen plek om te verpozen en te proeven van het zuivere bronwater van de “Minnebron”. Op deze plaats voelt men reeds de nabije omgeving van de prachtige Dijlevallei en natuurreservaat “de Doode Bemde”.

De zuidzijde van het bos is ecologisch veel rijker dan de noordzijde.

Het Heverleebos heeft verschillende tumuli uit de ijzertijd en de Romeinse periode. Het maakte oorspronkelijk samen met het Zoniënwoud, het Hallerbos, het Buggenhoutbos, het Meerdaalwoud en het bos van La Houssière deel uit van het uitgestrekte Kolenwoud (Silva Carbonaria).

 

De geschiedenis van Heverleebos is nauw verbonden met die van het Meerdaalwoud. In het begin van de twaalfde eeuw werd het bos beheerd door de Heren van Heverlee die leenmannen waren van de Heren van Bierbeek. In de vijftiende eeuw kwamen het Heverleebos en het Meerdaalwoud in handen van het huis van Croy. Door het huwelijk van Anne de Croy met Karel van Arenberg in 1618 kwamen de bossen in het bezit van de Arenbergs. Dit bleef zo tot 1918. Na de Eerste Wereldoorlog werden alle bezittingen van de Duitse familie door de Belgische staat gesekwestreerd.

 

Het bos raakte versnipperd door de aanleg van de Naamsesteenweg in 1754 en de aanleg van de autoweg Brussel-Luik (E40) in 1969. De aanleg van deze snelweg was de aanleiding om Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud vzw op te richten. Mede dankzij de vereniging werd het bos als landschap beschermd in 1971.

 

Meerdaalwoud

 

Meerdaalwoud

 

Meerdaalwoud is een Vlaams domeinbos, gelegen in de provincie Vlaams-Brabant, op het grondgebied van de deelgemeenten Bierbeek, Haasrode, Blanden, Vaalbeek, Oud-Heverlee, Sint-Joris-Weert. Een klein gedeelte aan de zuidkant ligt in de Waalse deelgemeenten Nethen en Hamme-Mille.

 

Het is 1.351 ha groot en vormt samen met Heverleebos en Egenhovenbos een complex van in totaal meer dan 2.000 hectare groot. Het behoorde samen met Heverleebos, Egenhovenbos en andere bossen in de ruime omgeving tot een groter geheel van beboste terreinen, het zogenaamde Kolenwoud.

 

Samen met het Heverleebos en het er tussenin gelegen Steenbergveld, inclusief een deel van het vroegere munitiedepot, biedt dit gebied een uitgesproken mogelijkheid om het op een multifunctionele wijze te beheren.

 

Het beheer van het bos is in handen van het Agentschap voor Natuur en Bos (Vlaamse Overheid).

Sinds 2000 zijn er daartoe een hele reeks initiatieven genomen om o.a. ecologie, recreatie en houtexploitatie op een harmonische manier te laten samengaan.

 

Het bosreservaat Meerdaalwoud ligt verspreid over zeven locaties en omvat ongeveer 8 % van de oppervlakte.

 

Er is een grote verscheidenheid in reliëf, fauna en flora. Kenmerkend zijn er de in hoge mate gave bosranden en de uitgesproken diversiteit in bosbestanden.

 

De hoogte boven de zeespiegel schommelt tussen 35 m (Paddenpoel) en 102 m (Tomberg). De ondergrond wordt gevormd door tertiaire afzettingen (Tongeriaan, Lediaan en Brusseliaan) bedekt met een leemlaag van eolische oorsprong (löss). Op de hoogste punten spoelde de löss weg en dagzomen de tertiaire lagen. Meerdaalwoud behoort tot de zand-leemstreek.

 

De meest voorkomende boomsoorten zijn beuk (31%), zomereik (25%) grove den (24%), en Amerikaanse eik (3,5%). Op de lösslaag komen vooral eikenbossen voor, op de hellingen beukenbestanden. De zandgronden en lemige zandgronden werden beplant met naaldhout en dat al sinds 1740. De dreven werden in 1840 beplant met bruine beuken. Meer dan de helft van de bestaande dreven is ouder dan 100 jaar.

 

De geschiedenis van Meerdaalwoud is nauw verbonden met die van het Heverleebos. In het begin van de twaalfde eeuw werd het bos beheerd door de Heren van Heverlee die leenmannen waren van de Heren van Bierbeek. In de vijftiende eeuw kwam het Heverleebos en het Meerdaalwoud in handen van het huis van Croy. Door het huwelijk van Anne de Croy met Karel van Arenberg in 1618 kwamen de bossen in het bezit van de hertogen van Arenberg. Dit bleef zo tot 1918.Na de Eerste Wereldoorlog werden alle bezittingen van de Duitse familie door de Belgische staat gesekwesteerd. Het boscomplex raakte versnipperd door de aanleg van de Naamsesteenweg in 1754 en de aanleg van de autoweg Brussel-Luik (E40) vanaf 1969. De aanleg van deze snelweg was de aanleiding om nog dat zelfde jaar Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud vzw op te richten. Mede dankzij de vereniging werd het grootste deel van Heverleebos en Meerdaalwoud als landschap beschermd bij koninklijk besluit van 13 september 1971.

 

De eerste sporen van de mens in het Meerdaalwoud dateren uit het Neolithicum (van ongeveer 5000 jaar tot 2000 jaar voor Christus onder vorm van silex voorwerpen (omheiningen Tomberg, Warande en Schutselberg). Uit de Bronstijd (200o tot 800 jaar voor Christus) en het Ijzertijdperk ( 800 jaar tot 12 jaar voor Christus) dateren o.m. grafheuvels (tumuli) en uit het Romeinse tijdperk (12 jaar voor Christus tot 450 jaar na Christus) grafheuvels en dubbele grafheuvels, sporen van woningen, diverse voorwerpen en wat men veronderstelt een onderdeel van een heirbaan te zijn, de zogenaamde ‘Oude Thiense weg’ of ‘Tiense Grubbe’. Ontginningsplaatsen van bv houtskool, ijzer, zand en steen dateren uit de Middeleeuwen terwijl talrijke ravijnachtige structuren en holle wegen het gevolg zijn van menselijke activiteit.

 

boek Miradal

 

Meer info over de geschiedenis van het Meerdaalwoud en Heverleebos vind je in het boek 'Miradal. Erfgoed in Heverleebos en Meerdaalwoud' (2009, Davidsfonds/Leuven).

 

Het boek is te koop in ons infocentrum.

aan bosreservaat de Mommedeel

Bosreservaten

 

In het Meerdaalwoud en Heverleebos zijn enkele van de eerste bosreservaten van Vlaanderen aanwezig. Een grote diversiteit aan beheervormen in deze bosreservaten wordt ingezet om de typische natuurwaarden te behouden. Van open bossen met heide tot veenbossen op valleibodem, allen zijn ze opgenomen in de bosreservaten in beide bosgebieden. Meestal is toch het eindbeheer, 'niets doen', maar dienen inleidende ingrepen te gebeuren om een aantal 'fouten' uit het verleden weg te nemen (bv. exotenaanplant).

Niet enkel de bosstructuur en de bomen waren een reden voor het instellen van deze bosreservaten, ook de aanwezigheid van vogels (bv. middelste bonte specht,…) of insecten (kleine ijsvogelvlinder, rosse sprinkhaan,..), planten (witte brunel,…) en zwammen (parelamaniet, beukenrussula,…) droegen bij tot de hoge en te beschermen natuurwaarden van de gebieden.

 

In Heverleebos is ‘De Grote Omheining (32 ha) het enige bosreservaat. Meerdaalwoud telt 7 bosreservaten: Everzwijnbad (27 ha), Drie Eiken (7 ha), Grote Konijnenpijp (25 ha), Pruikenmakers (39 ha), Veldkant van de Renissart (19 ha), Mommedel (25 ha) en Heide (32 ha). Tussen Heverleebos en Meerdaalwoud, ten zuiden van de vijvers van het Zoet Water, bevindt zich het bosreservaat van de Klein Moerassen (10,5 ha) en ten westen ervan, aansluitend bij de Doode Bemde, de Putten van de Ijzerenweg (4,5 ha).

Jaarbulletin99

In het jaarbulletin van 1999 vind je een beschrijving van deze gebieden en kan je soortenlijsten van de gebieden vinden.

 

Het boek is te koop in het infocentrum.

 

 

 

 

Rodebos

 

Het Rodebos is gelegen op de oostelijke valleiflank van de Laan, ten noorden van de dorpskern van Ottenburg. Dit restant van het grote kolenwoud herbergt een grote diversiteit aan biotopen, eigen aan het Dijleland. Voorjaarsbossen (met daslook), heide (met het hiëroglyfen lieve-heers-beestje), broekbossen (met zeggekorfslak en adderwortel) en vele bronnen, zuur en kalkrijk (van veenmos tot reuzepaardenstaart). Ook bronbeekjes met beeklopers kenmerken dit uniek bos.

Rodebos
Jaarbulletin97

 

In het jaarbulletin 1997 werden de waarden en kenmerken van het gebied uitvoerig beschreven, zowel de bodem als het grondwater, maar ook de interactie tussen beiden.

 

Het boek is te koop in het infocentrum.

Dijleland

 

Dijleland

 

 

Welke positie neemt het Dijleland in Vlaanderen in? Is deze streek op enig vlak uniek? In welk opzicht vormt het een eenheid ? Hoe en wat moeten we dan beschermen en/of ontwikkelen?

 

Bossen zijn zo dominant en goed ontwikkeld aanwezig in het Dijleland, dat ze een bijzonder kenmerk van het Dijleland zijn. Zowel in de valleien als de droge plateaus spelen ze een grote rol in de ontwikkeling van de biodiversiteit. Het beheer kan evenwel nog beter aangepast worden aan het maximaliseren van de biodiversiteit (open plekken, brede wegen, bosranden) en het tegengaan van verzuring (door een grotere rol voor specifieke bomen te geven, vooral ten nadele van de beuk).

 

Daarnaast houden de natuurwaarden in de akkerlandschappen nog steeds stand (in vergelijking met Vlaanderen). Deze natuurwaarden zijn gebonden aan het complexe landschap waar versnippering een grote rol speelt. De door de landbouw intensief bewerkte percelen worden in het Dijleland immers veelvuldig doorsneden door holle wegen, graften en bosjes. Daardoor vormen deze landbouwpercelen geen vijandig milieu, maar zijn ze de ideale foerageerhabitat voor soorten die in deze zogenaamde kleine landschapselementen leven, of hebben soorten die in de akkers leven op korte afstand steeds een toevluchtsoord wanneer de akkers bewerkt worden. Daarnaast is deze groene dooradering van het landschap cruciaal voor het voortbestaan van soorten uit de bossfeer en vormen ze ook een corridor voor deze soorten tussen de verschillende bossen.

 

Ook zijn er in het Dijleland enkele natuurwaarden die zich concentreren op enkele kleine oppervlakken. Zo vormen de goed ontwikkelde bronnen en vooral de kalkmoerassen een bijzondere natuurwaarde voor Vlaanderen en daarbuiten. Hun nood aan een specifiek milieu, een permanente toevoer van schoon water en voor de kalkmoerassen een zeer kalkrijk milieu maken het zeer kwetsbare biotopen.

 

Van andere landschapsonderdelen zijn in Vlaanderen betere voorbeelden te vinden: heiden, droge en schrale graslanden en moerassen. Toch zijn ze ook in het Dijleland de moeite waard om te beschermen. Zo bevinden de moerassen in de Dijlevallei zich in een riviersysteem dat tot op grote hoogte zichzelf kan sturen. Dit is een unieke situatie. In het bijzonder wordt de waarde van het Dijleland net gevormd doordat de hiervoor aangehaalde veelheid aan biotopen binnen een zeer kleine ruimtelijke eenheid aanwezig is.

 

Zo staat op één van de top tien van soortenrijkste hokken van de Vlaamse broedvogelatlas, net een hok uit het Dijleland. Niet omdat er een zeldzame biotoop in voorkomt, maar omdat er zowel moeras, vallei als bos in één hok zitten. Dit alles leidt ertoe dat het Dijleland een specifieke rol te vervullen heeft voor de bescherming en het behoud van natuur in Vlaanderen.

 

Een veelheid aan biotopen levert een veelheid aan ecologische niches, waardoor een waaier aan soorten een plaats kan vinden. Het behouden van deze verscheidenheid, zeker in een versnipperd landschap, is een zeer grote uitdaging. De uitgebreide habitatdiversiteit zorgt ervoor dat op vele domeinen ingegrepen en gestuurd moet worden. Bovendien maakt de grote versnippering het noodzakelijk dat een dicht netwerk aan corridors tussen de gelijkaardige biotopen aanwezig is. Dat kan betekenen dat de afstanden tussen de verschillende woongebieden relatief klein zijn, of dat de andere woongebieden niet te vijandig ingericht worden.

 

 

boek Dijleland

Daarnaast zijn kleine habitatvlekken net erg gevoelig voor verstoring van buitenaf. In het Dijleland is dus een grote mix aanwezig van verschillende gebruikers van het landschap. Een mix die voor het voortbestaan van de biodiversiteit in het landschap intens moet zijn. Er dient immers voldoende versnippering, verbinding en een kwalitatief goed ontwikkelde habitat te zijn voor de ontwikkeling van duurzame populaties van dieren en planten. In een tijd waar de maatschappij streeft naar scheiding is dit een aardige uitdaging. Een model voor de toekomst…?

 

 

Wil je meer weten over het Dijleland?

 

Het boek verkrijgbaar in ons infocentrum.

Infocentrum VHM

Waversebaan 66 (1ste verdieping)

3001 Heverlee

Tel: 016/23.05.58