
Wil jij de Doode Bemde, onze natuureducatie en ons beleidswerk een hart én een centje onder de riem steken?
Onze visie op projectontwikkelingssite 'La Foresta'

De afgelopen maanden werden we gecontacteerd door de ontwikkelaar die informatie voor het ontwerp van de herinrichting van 'La Foresta' (Vaalbeek) aan het verzamelen was. Deze tekst geeft ons standpunt ter zake weer, dat ook aan de ontwikkelaar zelf doorgegeven werd.
Het project rond de ontwikkeling van het voormalig kloostergebouw ‘La Foresta’ te Vaalbeek zal gebruik maken van een historische lage-impactsituatie (ja, zelfs een planologische anomalie) om er een hedendaagse economische opportuniteitswinst van te maken. Dit komt evenwel samen met een grote ecologische, ruimtelijke en sociale opportuniteitskost.
Ons uitgangspunt is niet dat het bos een mooi decor is voor dit project, maar wél dat het project te gast is in een bosomgeving. Dit betekent ook voor de toekomstige bewoners – en daar vragen wij expliciete aandacht voor – dat ze in een bosomgeving terechtkomen. Toegangswegen zullen steeds meer dan gemiddeld donker blijven, bij ochtendgloren zullen er meer dan gemiddeld vogels te horen zijn, ’s nachts roepen uilen veelvuldig en ja, een everzwijn kan zomaar 's ochtends in je tuin staan of op het pad. Wij gaan ervan uit dat de gasten in het voorjaar indommelen met tjirpende veldkrekels op de achtergrond. Inderdaad toekomstige bewoners, het bos is zelden stil. En als gast draagt u er mee verantwoordelijkheid voor. Dit zou een harde randvoorwaarde moeten zijn in de ontwerpvereisten van de architecten, het is immers onze ‘referentiesituatie’ in alle effectbeoordelingen.
In onze duurzaamheidsevaluatie valt een grotere bijkomende opportuniteitswinst te realiseren en dit ten koste van een marginale extra opportuniteitskost. Wij zouden immers conceptueel kunnen bedenken dat er vanuit ESG-duurzaamheidsdoelen een lokale economische maximalisatie nagestreefd wordt die gecompenseerd wordt met een project op een andere locatie [n.v.d.r. ESG staat voor ‘Environmental, Social en Governance’, dus duurzaamheid op vlak van milieu, maatschappij en bedrijfsmanagement]. Het zou perfect kunnen dat bijkomende bewoningsopgaven in het gebouw tot een grotere economische meerwaarde leiden dan wanneer de bouwopgave publieke functies zou inhouden, en dat zonder bijkomende (of mogelijks zelfs met een lagere) ecologische impact. Deze economische meerwaarde kan dan ingezet worden om ecologische en sociale functies op andere plaatsen te creëren, bijvoorbeeld in kansarme wijken van binnensteden rond het Nationaal Park Brabantse Wouden (waarin u te gast bent). We noemen dit concept zusterparken. Dit kan ook door een fonds op te richten (bvb. een natuurfonds van de VHM) waarin het project de meerwaarde of elke bewoner jaarlijks een ‘zichtcentiem’ stort en waarmee we natuurontwikkeling opzetten.
Betreffende de impact van het project zelf op het lokale ecosysteem hebben we de ruimtelijke uitstraling van het gebouw enerzijds en anderzijds negatieve impact ten gevolge van de ontsluiting van het mobiliteitsvraagstuk. Actueel zijn er nauwelijks autobewegingen zodat elk bijkomend geluid en iedere stikstof- en fijnstofuitstoot vanzelf een negatief effect heeft op de omgeving. Ook dient omzichtig omgegaan te worden met de parkeerdruk. De beperkte toegangsinfrastructuur (geen straatverlichting, smalle weg, ...) dient ook zo behouden te blijven. In onze referentiesituatie is de hele site, inclusief de Kloosterweg, autoluw (er wordt immers een ecologische en zacht-recreatieve as – de Prosperdreef – gekruist).
De uitstraling van het gebouw en haar activiteiten zelf, bijvoorbeeld licht, geluid of geur, kan eveneens de directe ecologische waarden in de omgeving beïnvloeden. Bovendien kunnen gebruiken van bewoners zoals het houden van katten, het uitlaten van honden, spelende kinderen (de verschillende speelbossen bevinden zich NIET in de onmiddellijke omgeving van de site, weerom: u bent te gast in een rustig deel van het Heverleebos), bijkomende recreatiedruk in de omgeving creëren en invloed hebben op de ruimere ecologische bos- en natuurwaarden. We verwachten daartoe mitigerende maatregelen.
Wij gaan ervan uit dat noch de totale voetafdruk noch de verharding in en rond het gebouw toeneemt. Op deze wijze verdwijnt er geen infiltratiecapaciteit in het gebied, die grondwatergevoelige natuurwaarden in de vallei van de Vaalbeek voedt. Bijkomend vragen we ook aandacht voor waterzuivering want de bewoning zal leiden tot een bijkomende vuildruk op de Vaalbeek die finaal in de Doode Bemde in de Dijle uitmondt. Stroomafwaarts het projectgebied zijn bovendien diverse habitatrichtlijngebieden aanwezig en actieve projecten voor herstel van waardevolle habitats, zoals bijvoorbeeld de vijvers van ‘t Zoet Water.
Hoewel er in onze ogen dus steeds een verliessituatie zal zijn, willen we toch bepleiten maximale lokale kansen te ontwikkelen voor de verhoging van biodiversiteit. Enerzijds kan dat door de ruimere gronden rond het gebouw optimaal ecologisch in te richten, waarbij wij zeker aandacht vragen voor droge open habitats die te combineren zijn met een mogelijke tuinfunctie. Daarnaast kan het gebouw bijdragen aan de specifieke natuurwaarden van historische panden, door bijvoorbeeld onderdak te bieden aan vleermuizen, diverse uilensoorten en andere gebouwgebonden flora en fauna. Vanzelfsprekend wordt er tijdens de bouwfase omzichtig omgegaan met de bestaande bomen en natuurwaarden, en worden storende bouwactiviteiten geminimaliseerd.
Tenslotte willen we in verband met materiaalkeuzes en duurzaamheidstechnieken enerzijds bepleiten dat deze ook een minimale ruimtelijke impact hebben (het omwoelen van grote oppervlakten omwille van een BEO-veld* is geen goed idee), maar anderzijds kan er echt gewerkt worden met korte-ketenmateriaal zoals bijvoorbeeld hout uit het woud.
*n.v.d.r. Een BEO-veld is een boorgat-energieopslagveld, waarbij verticale gaten tot 150m diep in de grond worden geboord om de binnenhuistemperatuur het hele jaar door te reguleren aan de hand van de stabiele ondergrondtemperatuur.
Werkgroep Dijleland
Warme Winteravonden 2026-'27
Deze Warme Winteravonden zijn een samenwerking tussen VHM, Regionaal Landschap Dijleland, Natuuracademie en de stad Leuven. Klik hier om je in te schrijven via de website van Natuurpunt.

De data van onze geestverruimende, ontspannende werkdagen in de Doode Bemde zijn bekend voor dit najaar: komt allen uw handen uit uw mouwen steken op 20 september; 4 en 18 oktober; 1, 15 en 29 november en tenslotte ook op 13 en 27 december.
Nog nooit meegeholpen en benieuwd naar wat daar dan allemaal uitgespookt wordt? Lees er hier meer over.
Meer nieuws: